Google+ Quiltinspiratie: Leren quilten deel 9: meer dan twintig Engelse quilttermen verklaard

zondag 29 maart 2015

Leren quilten deel 9: meer dan twintig Engelse quilttermen verklaard

Als je wilt leren hoe je een quilt maakt of als je meer over een bepaalde quilttechniek wilt weten, kom je al snel op Engelstalige sites terecht. In het begin kunnen de Engelse quilttermen weleens voor wat verwarring zorgen, daarom ga ik er hieronder een aantal voor je uitleggen.

Fourpatch
Een fourpatch is een veelvoorkomend blok dat in vier of zestien vierkanten is op te delen. Hieronder een foto van units die in fourpatches aan elkaar zijn genaaid. 


Voorbeeld fourpatch
Foto fourpatches van http://scientificquilter.com/


Deze fourpatches kun je combineren om een groter blok te maken. Hieronder een blok waarin bovenstaande fourpatches zijn gecombineerd met effen blokken. 


Voorbeeld double fourpatch
Foto fourpatches van http://scientificquilter.com/


Als je goed kijkt, kun je zien dat de blokken hierboven nog steeds fourpatches zijn. Voor meer informatie zie de blogpost die ik speciaal aan het naaien van fourpatches heb gewijd. 

Ninepatch
Een ninepatch is vergelijkbaar met een fourpatch, maar zoals de naam al zegt bestaat deze uit negen delen. Hieronder een voorbeeld. In mijn blogpost over het naaien van ninepatches vind je meer informatie. 


Voorbeeld ninepatch
Churn dash quilt door Christiane Struck


Length of fabric (stoflengte)
Dit is de lengte die jij besteld hebt. Als je bijvoorbeeld 2 meter stof hebt gekocht, is de stoflengte 2 meter.


Width of fabric (stofbreedte)
Dit is de breedte van de stof. Quiltstoffen zijn meestal rond de 42 inch (110 cm) breed. Stof die je in kledingzaken koopt is vaak 140 of 150 cm breed.


On grain (recht van draad)
On the bias (schuin van draad)
Bovenstaande termen hebben met de draadrichting van de stof te maken. Wil je weten wat recht van draad en schuin van draad betekent? In een artikel over de draadrichting vind je hier meer uitleg over.


Fat quarter
Precuts (voorgesneden stof) bijvoorbeeld Charm pack, jelly roll, layer cake
Deze termen hebben met het formaat van de stof te maken. Zie hier een artikel over quiltstof waarin de maten worden verklaard.


Walking foot (boventransportvoet)
Als je op de naaimachine naait, wordt de stof door de transporteur (kleine tandjes onder de naald) naar achteren geleid. Doordat alleen de onderste laag verplaatst wordt, kan het soms gebeuren dat de bovenste laat niet helemaal gelijkmatig meeglijdt, waardoor je op het einde niet gelijk uitkomt. 
Een boventransportvoet zorgt ervoor dat ook de bovenste laag gelijk wordt meegevoerd. 
Op sommige naaimachines zit al standaard een functie voor boventransport die je kunt inschakelen of uitschakelen. Bij andere naaimachines kun je hiervoor een boventransportvoetje gebruiken.


Binding (afwerkbies)
Dit is de bies die je helemaal op het laatst rondom de quilt zet om hem af te werken.


Sashing (tussenbanen)
Dit zijn banen die je kunt toevoegen rondom de blokken. In onderstaande babyquilt heb ik witte banen toegevoegd. Tussenbanen kunnen zorgen voor meer rust en balans in een quilt. 


Tussenbanen in quilt


Batting (vulling)
Dit is de tussen laag van een quilt. Onder de quilttop komt de vulling en daarna de achterkantstof. Vulling is vaak van katoen, wol of polyesther. De verschillende soorten batting zorgen voor een verschillend effect. Polyesther zorgt ervoor dat een quilt wat meer volume houdt na het quilten, terwijl wol en katoen erg prettig zijn om je warm te houden als je hem als dekentje wilt gebruiken.


Quiltsandwich
Als de quilttop af is, moet er een tussenvulling en onderkantstof achter komen. Deze worden op elkaar geregen en daarna kan de sandwich doorgequilt worden.


Free motion quilting (quilten uit de vrije hand)
Nadat de drie lagen (top, vulling en achterkantstof) op elkaar zijn gespeld/geregen kunnen ze doorgequilt worden. Dat kan met de hand of met de machine. Als je uit de vrije hand gaat quilten, zet je het ondertransport van de naaimachine uit. Je kunt de quilt dan zelf alle kanten op bewegen terwijl je naait. 


Quilt as you go
Bij de quilt as you go methode ga je de blokken stuk voor stuk sandwichen en doorquilten voor je de top in elkaar zet. Als je de blokken daarna aan elkaar bevestigt, is de quilt klaar. Het quilten is al in een eerder stadium gedaan.


Fussy cutting
Hier kan ik geen Nederlandse term voor bedenken. Wat het betekent is dat je de mooiste stukjes uit de stof uitzoekt. Je legt bijvoorbeeld het sjabloon van een driehoek precies op een mooi roosje op de stof. Op die manier kun je bepalen welke delen van de stof je in jouw quilt terug wilt zien.


WIP (work in progress)
Quilt waar je mee bezig bent. Op sommige sites krijg je de mogelijkheid om een foto of link te uploaden van je quiltproject om te delen waar je mee bezig bent.


UFO (unfinished object)
Een WIP die niet meer wordt afgemaakt waarschijnlijk. Of misschien moet je gewoon even moed verzamelen om hem weer op te pakken...


BOM (block of the month)
Op allerlei websites worden BOM's aangeboden. Je krijgt, al dan niet tegen betaling, per maand een patroon met instructie van één blok (en eventueel benodigde stof) zodat je na een aantal maanden genoeg blokken hebt voor een hele quilttop. Dit is een leuke manier om met beperkte tijd een quilt te maken en nieuwe vaardigheden op te doen. 
Craftsy biedt ieder jaar een gratis BOM aan. Dit jaar (2015) is de bekende quiltster Jenny Beyer de docent. Klik hier voor een link naar de BOM van Craftsy.


Volgens mij heb ik de meeste quilttermen hiermee gedekt. Kom je er nog meer tegen waarvan je niet weet wat het betekent? Laat het me weten, zodat ik dit lijstje kan aanvullen!


1 opmerking:

  1. Dit is precies wat ik zocht. Ik ben net begonnen met quilten en al die begrippen zijn dan lastig. Dit helpt enorm

    BeantwoordenVerwijderen